Vergroot

Philips Willem prins van Oranje (1554-1618). Atelier Michiel van Miereveld (1567-1641), omstreeks 1610.

Paleis Het Loo gezien van de zijde van het park. Andreas Schelfhout (1787-1870), 1838.

Mededelingenblad 51 - april 2005
BOEKBESPREKING AUTOBIOGRAFIE GOUVERNEUR-GENERAAL LOUDON
In het licht van het hiervoor besproken Monumentenboek wil ik u onderstaand passage uit de autobiografie van James Loudon niet onthouden. Als hij dit schrijft is hij Commissaris des Konings voor Zuid-Holland. De passage is te vinden op p. 237 van dit boek:

“In ’t eind van [18] 62 stelde Prins Frederik zich aan ’t hoofd eener beweging om de nagedachtenis van zijn vader Willem I te vereeren. Terecht griefde ’t hem dat men in een tijd van standbeelden als den onzen nog geen standbeeld voor diensten Koning zag verrijzen. Bij de vele afkeuring die deze vorst aan ’t eind zijner regeering beliep was algemeene sympathie niet denkbaar en het was dus zeer verstandig de beweging gaande te maken voor een ‘nationaal gedenkteeken voor November 1813 enz.’, waarbij Willem I nootwendig als hoofdpersoon de eereplaats moest innemen. De Prins omringde zich of liever liet zich omringen door een bende industriëelen die zich geheel van hem dreigde meester te maken. Thorbecke sprak er mij over en over ’t niet wenschelijke om in deze algemeene zaak de protectionistische, behoudende kleur zo geheel den boventoon te doen nemen. Ik schreef den Prins daarop een vertrouwelijken brief waarin ik hem wees op ’t bedenkelijke van eene al te uitsluitende richting op ’t succes der zaak en voorstellende zijne keus wat meer te vestigen op de mooie namen van die tijden. Ik liet Thorb[ecke] den brief lezen; hij was er zeer meê ingenomen. De Prins dacht er anders over; hij liet zich uit aan een zijner secretarissen voor die zaak (Mr. d‘Engelbronner): ‘wil hij mij leeren hoe ’t zijn moet? Ik wist ’t al vóór hij geboren werd!’ Intusschen kreeg ik mijn zin en ik moet zeggen dat hij mij geen rancune toonde.
Het Hoofdcomité constitueerde zich nu en noodigde in den Haag ver over de honderd ingezetenen uit om deel te nemen in de plaatselijke commissie. Ik werd uitgenoodigd door Z[ijne] K[oninklijke] H [oogheid] om die plaatselijke commissie te constitueeren- voorwaar geen verkwikkelijke opdracht! Zooveel hoofden en zinnen tot harmonie te brengen en de gewone praatzucht te temperen was geen gemakkelijke zaak”.

De afloop is bekend; het Onafhankelijkheidsmonument op Plein 1813 is er gekomen en in 1869 onthuld.

De in 2003 verschenen bewerking van deze autobiografie is zeer interessante lectuur voor een ieder die geïnteresseerd is in de politieke geschiedenis van Nederland in het algemeen en de verhoudingen tussen staatshoofd en zijn ambtenaren in de negentiende eeuw in het bijzonder. Daarnaast geeft het een boeiend beeld van het leven van een aristocraat die in Nederlands Indië is geboren, in Leiden heeft gestudeerd en daarna belangrijke functies heeft bekleed in Nederland en het voormalig Nederlandsch Indië. Onbedoeld heeft deze man bovendien de Atjeh-oorlog ontketend. De penvoering van Loudon maakt het bovendien tot een kostelijk, goed leesbaar boek.

De autobiografie is van een goede historische inleiding voorzien door Janny de Jong en ons bestuurslid Coen Tamse. De basis voor het boek heeft Dr. Henk Boels gelegd, die eerdere transcripties heeft bewerkt en van een uitgebreid notenapparaat heeft voorzien.
Voor een uitgebreide recensie verwijs ik naar de bespreking van het boek door Jan Blokker in de Volkskrant van 16 januari 2004.

H. Boels e.a., Eer en fortuin – Leven in Nederland en Indië 1824-1900 – Autobiografie van gouverneur-generaal James Loudon. De Bataafsche Leeuw, Amsterdam 2003. ISBN 90-6707-577-9.

Jim van der Meer Mohr